Geluid en
gezondheid
Er zijn verschillende effecten van geluid in de woonomgeving op
de mens. Twee belangrijke effecten zijn
hinder en
slaapverstoring. Andere gezondheidseffecten van (hoge) geluidniveaus
in de woonomgeving waarvoor aanwijzingen bestaan zijn cardiovasculaire
aandoeningen en cognitieve effecten bij kinderen bij met name het lezen.
Hinder
De mate waarin geluid hinder veroorzaakt hangt af van het geluidniveau en andere
kenmerken van het geluid. Hinder hangt ook af van niet-akoestische factoren,
zoals angst voor de geluidsbron en de overtuiging dat anderen de blootstelling
zouden kunnen verminderen. Geluidhinder neemt bij een bepaalde geluidsbelasting
vanaf een leeftijd van 18 jaar (de ondergrens van de in onderzoek betrokken
leeftijden) toe en vanaf circa 55 jaar weer af. De demografische variabelen
geslacht en sociaal-economische status spelen nauwelijks een rol bij het ervaren
van hinder van een gegeven geluidsbron. De omvang van geluidhinder wordt veelal
aangegeven met het percentage bevolking dat ‘ernstig gehinderd’ wordt (%HA).
‘Ernstig gehinderd‘ zijn degenen die, volgens een gestandaardiseerde methode, op
een beoordelingsschaal van 0 tot 100 (met als uitersten ‘helemaal niet door de
betreffende geluidsbron gehinderd‘ en ‘heel erg door de betreffende geluidsbron
gehinderd’) ten minste 72 scoren. Ernstige hinder door geluid van weg-, rail-,
en vliegverkeer begint op te treden vanaf een Ldenwaarde van
42 dB aan de meest belaste gevel van de woning. Boven dit niveau neemt het
percentage ernstig gehinderden toe met een toenemend geluidniveau en deze
toename is groter voor vliegtuiggeluid dan voor wegverkeersgeluid, terwijl de
toename voor railverkeersgeluid geringer is dan voor wegverkeersgeluid (zie
figuur).
Lden (day-evening-night level) is de nieuwe
maat voor geluid die wordt gebruikt in Europa. In deze geluidmaat wordt rekening
gehouden met het feit dat geluid in de avond en nacht als hinderlijker wordt
ervaren. Daarom wordt bij de berekening van de Lden voor de
avondperiode (19-23h) een toeslag van 5 dB en voor de nachtperiode (23-7h) een
toeslag van 10 dB aangehouden.

In bovenstaande figuur wordt het verwachte percentage ernstig
gehinderden weergegeven voor verschillende typen transport. Op de horizontale as
is het geluidniveau uitgezet en op de verticale as de kans dat iemand met een
dergelijk geluidniveau op de meest belaste gevel ernstig gehinderd is door
geluid. De bovenste curve is voor geluid door vliegverkeer, de middelste voor
geluid door wegverkeer en de onderste voor geluid door railverkeer. Bij een
geluidniveau Lden als gevolg van wegverkeer van 60 dB is
ongeveer 10 % van de bevolking ernstig gehinderd. Bij een geluidniveau van
70 dB is dit ongeveer 25%.
Klik hier voor meer informatie over deze dosis effect relaties.
<<
Slaapverstoring
Onder slaapverstoring door geluid vallen
verschijnselen als: het door geluiden niet kunnen inslapen, het tijdens de slaap
tussentijds wakker worden en een verhoogde motorische onrust. Ook effecten die
na een verstoorde slaap optreden, zoals een slechter humeur en een negatiever
oordeel over de slaapkwaliteit vallen onder de noemer slaapverstoring. Er is
aangetoond dat geluid deze vormen van slaapverstoring teweegbrengt. Momenteel
wordt epidemiologisch onderzoek uitgevoerd naar het verband tussen de
nachtelijke geluidbelasting en fysiologische effecten.
Voor zelf gerapporteerde slaapverstoring zijn blootstellings-effectrelaties
opgesteld. Het percentage ernstig gehinderde personen door slaapverstoring (%HS)
wordt op eenzelfde manier bepaald als het percentage ernstig gehinderden.

Een punt voor verder onderzoek is het vaststellen van
blootstellings-effectrelaties waarbij de invloed van een stille zijde van de
woning en de invloed van geluidisolatie op de hinder en de slaapverstoring wordt
meegenomen.
bron: